MOLENTAAL

 

De gebruiken met betrekking tot de wiekstanden verschillen van oudsher van streek tot streek. Over het algemeen kan worden gesteld dat voor de rouw het wiekenkruis gaand wordt gezet en met de vreugde komend. Met andere woorden, in het overgrote deel van Nederland worden deze standen gehanteerd. Echter, in Limburg, Noord-Brabant en tal van andere kleinere gebieden, zoals de Achterhoek, is het precies andersom. In weer andere streken heeft men zelfs geheel afwijkende standen van hetgeen hiervoor is genoemd. Als voorbeeld geldt ondermeer de Zaanstreek.

Van een landelijke richtlijn kan en wil de Vereniging De Hollandsche Molen dan ook niet spreken. Als zij het verzoek doet om de molen in de rouw of de vreugd te zetten, gaat zij er vanuit dat dit gebeurt op de wijze die gebruikelijk is voor de streek. Het zou namelijk zonde zijn als al die lokale gebruiken verdwijnen. Het toont aan hoe rijk het molenleven is. Ook is er nooit in de geschiedenis sprake geweest van een afgekondigde wiekenstand.

 

In verband met de Achterhoekse gebruiken heeft het bestuur besloten voor de molens die onder het beheer van de Stichting Doetinchemse Molens vallen de Achterhoekse wiekstanden in ere te herstellen. Op die manier wil de stichting recht doen aan het behoud van de streekeigene gewoonten, zoals die in het verleden altijd hebben gegolden.

 

Een overzicht van de door onze stichting gehanteerde wiekstanden wordt hieronder getoond.

 

 

 

 

Lange ruststand

 

De wieken staan onder een hoek van 45 graden met de horizon. Met de wiekenstand geeft de molenaar te kennen dat de molen voor

langere tijd buiten gebruik is. deze stand maakt de molen minder hoog waardoor de kans op blikseminslag wordt verminderd. Molenaarstermen hiervoor zijn: "De molen staat overkruis of in de scheer".

 


 

 

 

 

 

 

 

 

Lange ruststand

 

De wieken staan nagenoeg horizontaal en verticaal. De molenaar laat zien dat hij binnen korte tijd zijn werk zal hervatten. Men noemt dit: "De molen met de roede voor de borst laten staan".

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vreugde stand

 

Met deze wiekenstand wordt aangeduid dat er een reden tot vreugde is. Deze stand wordt gebruikt bij het huwelijk van de molenaar of een huwelijk in zijn naaste omgeving, bij een gezinsuitbreiding, jubilea, stads-of dorpsfeesten en dergelijke. De bovenste verticale wiek, de gaande wiek, staat even voorbij het hoogste punt. De onderste wiek staat even voorbij het midden van de molen.


 

 

 

 

 

 

 

 

De rouwstand

 

Wanneer de molenaar of een van zijn naaste verwanten is overleden, wordt de molen in rouwstand gezet. Dit geldt ook voor personen woonachtig in de naaste omgeving van de molen welke "buurt"zijn van de molen. De komende wiek wordt dan iets voor het hoogste punt tot stilstand gebracht. De onderste wiek staat iets voor het midden van de molen. Het gevlucht is daarbij, evenals bij de vreugdestand, naar de woning van betrokkene gekeerd.

 

 

 

 

De Achterhoekse gebruiken worden ook toegepast in Noord-Brabant en Limburg. In overige delen van het land is de rouwstand gelijk aan de vreugdestand, en de vreugdestand gelijk aan de rouwstand zoals in gebruik in de achterhoek, Limburg en Noord-Brabant.